Kenny Rogers had altijd drie ijzersterke punten: zijn stem, zijn songs en zijn persoonlijkheid. Daar zijn er nu twee van over en dat blijkt ruim voldoende om een hele Heineken Music Hall een ontzettend leuke avond te bezorgen.

Een hele zaal met aardige mensen. Tijdens het voorprogramma speelde de al even sympathieke Charlie Worsham (hij had speciaal voor dit concert het Nederlandse woord ‘tuinstoel’ geleerd). Als muzieklegende Kenny Rogers (78) het podium oploopt, dan wordt de sfeer zelfs nog beter. Veel zullen we hem niet zien lopen, kondigt hij aan. Hij heeft net een nieuwe knie gekregen, misschien wel de verkeerde. Zijn vriend Willie Nelson en ook Mick Jagger (“die moet wel zo ongeveer honderd jaar oud zijn”) springen nog rond op de bühne en Rogers’ conclusie is dan ook: “Ik heb in de jaren zestig vast te weinig drugs gebruikt.”

Kenny Rogers is bezig met zijn afscheidstournee. Hij wil nu eindelijk meer tijd aan zijn vrouw en kinderen besteden. Na het openingsnummer Ruby, Don’t Take Your Love To Town neemt hij wel tien minuten om ons bij te praten. Hij laat foto’s en video’s zien, vertelt over zijn eerste hit, in 1957. Over zijn opnames met de blinde Bobby Doyle, voordat hij Walking My Baby Back Home inzet. Met alle respect, van zijn stem is niet veel meer over. Vanavond maakt dat echter helemaal niet uit: zijn guitige blik en permanente big smile pakken ons helemaal in. Af en toe komt Linda Davis (“My grandmother never looked like that…”) het podium op om het over te nemen of voor een duet. Haar stem doet zeker denken aan die van Dolly Parton. She Believes In Me, dat wij ook kennen van de versie van André Hazes, is Kenny Rogers’ favoriete nummer uit de jaren tachtig. En vergis je niet: deze onschuldig ogende opa zingt ook Something’s Burning, een nummer dat veel Amerikaanse radiostations te dubbelzinnig vonden om te draaien.

Op bezoek bij een leuke oudoom
De uitstraling van Kenny Rogers is zelfs na al die jaren verrassend. Hij krijgt het voor elkaar een sfeer te creëren waarbij je het gevoel hebt met een paar ooms en tantes op bezoek te zijn bij een leuke oudoom, zodat je vergeet dat je in een goed gevulde zaal zit. Hij is nooit een acteur geweest, zegt hij: “… and I have eleven movies to prove it.” En of we wat minder heen en weer willen bewegen als hij zingt, het lijkt zo wel een zaal vol Ray Charlesen…

Hoogtepunten zijn de countrynummers en de hits. Lucille (“Het nummer dat alles veranderde”), The Gambler, We’ve Got Tonight. Bij Lady gaat hij zelfs even staan. Prachtig is zijn duet met de overleden Dottie West, die vanaf het beeldscherm meezingt. Om het nog gezelliger te maken, gooit Rogers een aantal tamboerijnen het publiek in. Voorafgaand aan Islands In The Stream vertelt hij dat er geen echte toegift zal zijn deze keer, omdat hij niet weet of het hem zal lukken om terug te lopen als hij eenmaal van het podium af is. En dan krijgen we You Can’t Make Old Friends en Blaze Of Glory, met de toepasselijke strofe ‘Let’s go out in a blaze of glory, all good things must end’. En zo was het.

Video’s

 

 

 

 

 

 

Foto’s

 

 

Het voorprogramma :: Charlie Washom – Love don’t die easy